Lezing Ron van der Spoel: 'Betrokken burgerschap' vraagt om andere rol overheid

vrijdag 22 november 2013 14:41

Op zaterdag 23 november verzorgde Ron van der Spoel, steunfractielid en kandidaat bij de gemeenteraadsverkiezingen, een lezing bij een bijeenkomst van ChristenUnie Groningen. Die bijeenkomst stond in het teken van het 'Sociaal domein'.


Het sociale domein gaat over alles wat mensen in hun directe bestaan raakt. Het heeft primair betrekking op zorg, welzijn, arbeid, onderwijs, gezondheidszorg en vrije tijdsbesteding. Het sociale domein gaat dus om mensen en de wijze waarop zij in staat zijn om deel te nemen aan de samenleving.



Beste vrienden, 

We leven in NL in een uitdagende tijd. De zogenaamde crisis blijkt geen tijdelijke crisis te zijn, maar een nieuwe realiteit. De enorme luxe waarin de bomen tot in de hemel groeiden en zowel overheid, het bedrijfsleven en de huishoudens bepaald niet kritisch keken is voorgoed voorbij. De ongelimiteerde groei van inkomsten en uitgaven is nu een halt toegeroepen. Niet meer de vraag naar hoeveel procent groei beheerst de gesprekken, maar de vraag naar wat noodzakelijk en genoeg is staat nu centraal. Een pijnlijke, maar wellicht gezonde correctie van een oververhitte economie. We zijn tegen de grenzen aangelopen en staan de laatste jaren dus voor een herorientatie van ons samenleven, zowel in de profit als in de non-profit wereld. Het eindeloze verzekeren en verzorgen wat met up's en down's toch decennia lang kon doorgaan, is voorbij. De overheid speelt niet langer 'vadertje Staat', maar legt de verantwoordelijkheid voor het welzijn van haar burgers in de eerste plaats weer bij die burgers zelf terug. Genoodzaakt door geldgebrek worden nu de eerste stappen gezet naar het creëren van een ander soort burgerschap en daarmee naar een andere vorm van samenleven. Het accent is verschoven van het individu dat verzorgd en verzekerd werd door de overheid, naar de burger die samen met de netwerken om hem heen het (samen)leven moet inrichten. De overheid creëert de minimaal noodzakelijke randvoorwaarden, de burger vult het (samen)leven in. De regiefunctie van het samenleven komt dus echt in andere handen. Ik ben blij met deze ontwikkeling, blij dat de verantwoordelijkheid voor het samenleven weer echt weer echt midden in de samenleving wordt gelegd. Blij met decentralisatie, zodat mensen weer betrokken kunnen raken op hun directe omgeving. In potentie zit er veel goeds in deze decentrale beweging, wordt de burger hopelijk weer echt gezien en betrokken bij z'n straat, z'n buurt of wijk, bij z'n dorp of stad. 

In dit kader heb ik ook hoop en verwachting voor de drie grote transities die per 1 januari 2015 gerealiseerd moeten worden. Dan hevelen rijk en provincie de jeugdzorg, de AWBZ en de Participatiewet over naar de gemeenten. Voeg daarbij nog het passend onderwijs en we zien dat er een radicale koerswijziging is ten aanzien van de rol van de overheid. Doel van de transitie is dat de zorg voor de burgers dichterbij die burgers komt te liggen. De lokale overheid moet beter dan rijk of provincie in staat zijn om dichtbij haar burgers te staan. Via keukentafelgesprekken kan ze beter inzetten op eigen kracht en meer samenhang creëren in de hulp die geboden moet worden. 'Zorg op maat' heet dat. Denk hierbij concreet aan de nieuwe slogan: 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur.

De grote beweging die plaatsvindt kunnen we samenvatten met deze woorden uit de inleiding van het VNG rapport 'Bouwen op de kracht van burgers': “We gaan van een regel-gestuurd, generiek systeem met accent op verzekeren en verzorgen, naar burgerkracht met ondersteuning en activering in de civil society, waarbij meer ruimte is voor verschil”. Er wordt dus gezocht naar een nieuwe balans tussen burgerkracht en publieke ondersteuning.

Dit uitgaan van eigen kracht betekent dat mensen hun eigen problemen in eerste instantie moeten oplossen met behulp van hun eigen netwerk. Hier gaat het om de inzet van familie, omgeving, vriendenkring of andere netwerken. Pas waar dit echt niet mogelijk blijkt, schuift de gemeente aan om te kijken wat er moet of kan worden gecompenseerd. Ik geloof hier ok in, mits er aan een belangrijke voorwaarde wordt voldaan, namelijk dat er ook bewust wordt gewerkt aan een mentaliteitsverandering van de Nederlandse burger.

De grote vraag is namelijk of het uitgaan van de burgerkracht, de veronderstelling dat mensen in elkaars omgeving elkaar daadwerkelijk langdurig zullen helpen, terecht is. Het ideaal is prachtig en bijbels, maar ik hoor erg weinig over de mentaliteitsverandering die dit veronderstelt bij een brede groep in de samenleving. Er liggen mooie rapporten van de WRR over vertrouwen in de burger en van het SCP over de rolopvatting van de burger, maar ik ben daar een stuk voorzichtiger in dan de vele positieve geluiden die beleidsmakers hierover uiten. Momenteel, zo blijkt uit onderzoek, doet  20% van de Nederlanders wel eens vrijwilligerswerk. Dat kan van alles zijn: van intensieve verzorging van de buurvrouw tot het eens per maand een keer fietsen met een gehandicapte. De ervaring van veel coördinatoren van vrijwilligerswerk is dat het lastig is om mensen regelmatig en langdurig te motiveren om iets te doen voor een ander. Juist waar de hulpvragers niet veel terug kunnen doen voor de hulpverleners, is het vaak een kortstondige samenwerking. De taken mogen niet te groot of te veeleisend zijn en niet te lang duren. De overheid werkt dit overigens zelf in de hand door naast burgerschap te stimuleren ook het meer en langer werken aan te moedigen. Betrokken burgerschap zit eenvoudigweg niet meer in het DNA van onze samenleving. Mede doordat de overheid allerlei particuliere initiatieven overnam in het verleden, is de samenleving als geheel achterover gaan leunen, het werd toch wel prima geregeld door de professionals van de overheid en de organisaties. Nu dit weer wordt teruggedraaid, vergt dat meer dan een goede organisatie van een transitie. Het vraagt een verandering van denken, een nieuw besef van verantwoordelijk zijn voor elkaar, een nieuwe manier van kijken naar je omgeving, je straat, je buurt.

De gemeente zal, wil ze de burgerkracht, de civil society daadwerkelijk van de grond krijgen, sterk moeten investeren in de transformatie van een individualistische naar een sociaal bewogen burger. En hoe doe je dat? Hoe krijg je sociale cohesie in een buurt? Hoe krijg je die bewogenheid en betrokkenheid in een grote groep burgers? Daarom is mijn boodschap: er is beleid nodig om burgers klaar te maken voor de transitie, voor de verantwoordelijkheden die op hun bordje komen te liggen, zonder dat ze daar zelf om gevraagd hebben!

Ik geloof niet in een verandering van gezindheid door Postbus 51 spotjes of door folders in de brievenbus. Ik geloof wel dat mensen elkaar kunnen helpen en stimuleren in het met andere ogen kijken naar de mensen om je heen, als ze daartoe gestimuleerd worden door de maatschappelijke verbanden waarin ze zich bevinden. Ik geloof in een beweging van plaatselijke kerken die hun leden motiveren en helpen om in hun omgeving actief betrokken te zijn. Ik geloof in de rol van sportverenigingen die met hun leden sociale projecten adopteren. Ik geloof in ondernemingen die met hun personeel Present klussen gaan doen. Ik geloof in scholen die met hun leerlingen spelletjes gaan spelen in het bejaardenhuis om de hoek. Ik geloof in buurtverenigingen en in Verenigingen van Eigenaren die met elkaar de schouders eronder zetten om van hun buurt een sociale en schone buurt te maken. Ik geloof in woningbouwverenigingen die met hun leden het noaberschap weer gaan oefenen. Ik geloof in die paar enthousiaste mensen die in hun straat samen met hun buren regelmatig een koffiemoment of barbecue organiseren om elkaar te blijven of te leren kennen. Het is daarom van cruciaal belang dat de gemeente zo spoedig mogelijk met dit maatschappelijk middenveld om de tafel gaat zitten om hen te informeren en te motiveren om samen met hun leden betrokken zijn op wat er in hun omgeving gebeurt. Maak ze partners van de transities, laat ze merken hoe belangrijk ze zijn, niet alleen voor hun eigen leden, maar ook voor de samenleving om hen heen. Stimuleer en motiveer hen en via hen hun leden, dan heb je daarmee een groot en actief deel van de samenleving die mee gaat werken aan betrokken burgerschap. Daar ben je er niet mee, maar het is wel een goed begin!

Kortom, ik geloof in de rol van bezielde verbanden waarin mensen elkaar aansporen om bewogen en betrokken te zijn op hun omgeving. Als de overheid die bezielde verbanden weet te betrekken bij de transitie, komt er wellicht een transformatie onder de burgers op gang die tot een samenleving leidt waarin men elkaar ziet en helpt en waar de overheid aan de zijlijn staat om de randvoorwaarden te creëren en om waar nodig te coachen of te begeleiden.

De transities zijn een uitvloeisel van een nieuwe manier van denken over de rol van de overheid. Ze zullen alleen slagen als die nieuwe manier van denken ook bij de burgers wortel zal schieten en het maatschappelijk middenveld zal daarbij een doorslaggevende rol spelen.


Ron van der Spoel,

Amersfoort, november 2013

« Terug

Reacties op 'Lezing Ron van der Spoel: 'Betrokken burgerschap' vraagt om andere rol overheid'

Geen berichten gevonden

Log in om te kunnen reageren op nieuwsberichten.