We staan aan de vooravond van een spannende tijd. De borden gaan weer langs de weg, de flyers worden gedrukt, de debatten voorbereid. En de vraag die dan altijd in de lucht hangt is: “Hoeveel zetels gaan we halen?”
Natuurlijk willen we veel zetels. Natuurlijk willen we invloed. Maar als ik heel eerlijk ben, is dat niet de vraag die mij ’s nachts wakker houdt. De vraag die mij de laatste tijd meer bezighoudt – en ik denk velen van u – is: “In wat voor stad willen wij leven?” En dieper nog: “Hoe gaan wij met elkaar om in deze stad?”
De afgelopen jaren hebben we gevoeld dat het schuurt in Amersfoort. En niet alleen in Amersfoort. Ook daarbuiten. De tegenstelingen worden groter. Het gesprek verhardt. Ik hoef u de voorbeelden maar te noemen en u voelt de spanning weer.
Het Parkeerreferendum, de onrust rondom de nieuwe AZC-locaties… Nu gaan verkiezingen over de toekomst. En daar wil ik het ook over hebben, maar wat mij betreft is de geschiedenis wel de bron voor de toekomst. Ook wij kunnen lessen leren uit het verleden, en ons eigen handelen daarin. De felle discussies na de massale ‘Nee’-stem bij het referendum maakten één ding duidelijk: veel Amersfoorters voelden zich niet gehoord.
Dat gevoel – het gevoel niet gehoord te worden, het gevoel dat je een machteloze minderheid bent tegenover een systeem dat maar doorgaat – dat gevoel is zorgelijk. Het is gif voor het onderling vertrouwen. Als mensen geloven dat democratie betekent dat de ‘elite’ in het stadhuis toch wel doet wat ze wil, of dat democratie betekent dat 51% van de mensen de andere 49% hun wil mag opleggen, dan zijn we de ziel van onze samenleving kwijt.
Daarom hebben wij als ChristenUnie voor deze verkiezingen een ander thema gekozen. Nou, eigenlijk hebben we geen thema gekozen. Geen uitgesproken mening over AZC’s , windmolens of zelfs parkeervergunningen. Niet dat we er niets van vinden. Maar ons thema gaat over mensen. En omgangsvormen. Ons thema is: Opstaan voor elkaar.
En ik wil u meenemen in wat dat écht betekent. Juist in een democratie die verhardt, en in een land dat tegen grenzen aanloopt van wat we op dit moment aankunnen: of het nu gaat om de opvang van asielzoekers, het aantal auto’s dat we bezitten, het aantal woningen dat we nodig hebben of de plekken in de jeugdzorg. Het zijn allemaal uitdagingen waar geen makkelijke oplossingen voor zijn die de komende vier jaar maar even kunnen worden opgelost als partij x, y of z maar een meerderheid haalt. Wij doen niet mee aan retoriek die problemen versimpelen tot een simpel wel of niet. Zo werkt het niet.
Ik wil het met u hebben over de kern van onze democratie. En ik wil u vertellen waarom ik geloof dat wij, juist als christelijke partij, juist als mensen die volgers van Jezus zijn, een uniek en onmisbaar verhaal hebben voor Amersfoort, Hoogland en Hooglanderveen. Voor alle Amersfoorters, en inwoners van onze mooie dorpen.
En er zijn denk ik twee problemen onder de oppervlakte die onze politieke realiteit kenmerken, en waar wij als ChristenUnie een uniek verhaal hebben:
Vaak denken we bij democratie aan tellen. De meeste stemmen gelden. Als de meerderheid het wil, dan is het zo. Dan is het “goed”. Maar dat is een gevaarlijke misvatting. Als een meerderheid van de mensen besluit dat de mening van de minderheid er niet meer zo toe doet, is dat dan democratisch? Misschien volgens de rekenregels, maar niet volgens het hart van de rechtsstaat.
De grote politieke denker Alexis de Tocqueville waarschuwde al in de 19e eeuw voor de “Tirannie van de Meerderheid”. Het gevaar dat de grootste groep de rechten van de kleinste groep vergeet. Kijk naar onze tijd. Ik zie twee uitingen van dit meerderheidsdenken.
Eerst de populistische variant: Die roept: “Het volk wil dit!” En met “het volk” bedoelen ze vaak: “onze groep”. En wie niet bij die groep hoort – de minderheid, de andersdenkende, de vluchteling – die heeft pech.
Daarnaast heb je ook het meerderheidsdenken van het technocratische intellect. Dat zegt: “De cijfers en de modellen zeggen dat dit goed is voor de samenleving.” En daarom voeren we het beleid toch door, ook al is er weerstand. Als er maar een politieke meerderheid is en de vragen technisch zijn afgehandeld in een zienswijzennota. In beide gevallen is democratie het recht van de sterkste. De sterkste in aantal, of de sterkste in kennis en proces.
En juist daar ligt niet alleen bij Tocqueville, maar ook bij onze bron als ChristenUnie een andere visie op macht. En die is nu relevanter dan ooit. Als je in Jezus gelooft, kijk je fundamenteel anders naar macht. Als je gelooft in een onschuldige die zijn leven gaf voor mensen met schuld, dan dwingt dit je om altijd met mildheid te kijken naar andersdenkenden. Je hoeft het niet eens te zijn, maar ons geloof vraagt om een soort mildheid, een tegengif tegen polarisatie.
Jezus kwam om te dienen. Hij kwam om de voeten te wassen. Hij kwam om op te staan voor de weduwe, de wees, de melaatse, de vreemdeling. Voor de minderheid die geen stem had. Voor de ChristenUnie is democratie dus niet de macht van de meerderheid. Voor de ChristenUnie is democratie misschien wel meer de bescherming van de minderheid. Democratie is het staatsrechtelijke schild voor de kwetsbare.
De overheid is er niet voor om een bepaald wereldbeeld of ideologie te promoten. Natuurlijk maakt ze ethische en normatieve keuzes, en daar vinden we ook iets van. Maar in onze gepolariseerde samenleving moeten we weer leren dat de overheid er juist is voor de ruimte van de minderheid. Het is de garantie dat ook als je klein bent, ook als je geen geld hebt, ook als je “anders” bent, dat je meetelt. Omdat je geschapen bent naar Gods beeld. Imago Dei. Dat is waarom we staan bij de voordeur van de vluchteling, maar ook bij de voordeur van de buurtbewoner die vreest voor zijn veiligheid. Twee mensen geschapen naar Gods beeld. Voor beiden staan wij op.
Wij staan op voor elkaar, niet alleen voor onszelf, maar soms juist ook voor de minderheid. Dat is een uniek christelijk perspectief. En dat geeft ons bestaansrecht. Juist ook in het politieke midden. Wij zijn er niet om de spreekbuis te zijn van de boze burger die alles bij het oude wil laten. Wij zijn er ook niet om de spreekbuis te zijn van de progressieve agenda. Wij zijn er om de mens te zien.
En daarmee kom ik op de onderstroom van zingeving. Ik heb vorig jaar meegedaan aan de agenda van het hart. Een groep organisaties die nadenkt over samenlevingsvraagstukken. En één van de conclusies van deze groep mensen is dat er in onze samenleving – die met ongekende welvaart te maken heeft – we ook in de politiek meer oog moeten hebben voor de diepere vragen van onze inwoners en van onszelf. Vragen over of we er nog wel toe doen.
En onze ‘altijd aan’ cultuur die maar doordendert, ons gebrekkige gemeenschapsdenken – het helpt allemaal niet. Zou er onder het protest van de meerderheid niet een diepere vraag kunnen schuilgaan? Een zingevingsvraag? Steeds meer onderzoeken wijzen die kant op en positieve gezondheidszorg – zingevingszorg – wordt steeds als belangrijker gezien.
En daarmee zeg ik eigenlijk iets over de ontstane bestuurscultuur ook in Amersfoort. Met de beste bedoelingen maken we beleid, voeren we het netjes uit volgens de participatiegids, maar we hebben geen oog voor de diepere vragen van onze inwoners, en van onszelf: de vraag: doe ik er nog wel toe.
Wij zijn er als ChristenUnie om het cement te zijn. Om de “tegencultuur” te zijn die zegt: wacht even. Zien we de mens nog wel? De Amersfoortse Praktijk Laten we dit eens heel concreet maken. Laten we die mooie theorie eens verbinden aan de straatstenen van Amersfoort. Neem het Parkeerreferendum. Ik wil niet te veel oude koeien uit de sloot halen. Er is veel over te zeggen, ook over het fenomeen referendum, de vraag en alles wat daarbij komt. Maar dit is wat ik er wel van heb geleerd: We hadden niet een agenda van het hart. We zijn uit de verbinding gestapt. Met de beste bedoelingen misschien wel. We hebben de angst vergroot, niet verkleind.
En neem dan dat andere, nog moeilijkere dossier: de nieuwe locaties voor een AZC. Ook daar zien we de spanning. Mensen in Schothorst en Vathorst werden overvallen. Als er ineens plannen komen voor opvang in je achtertuin, doet dat iets met je gevoel van veiligheid, zeker in onze tijd. Wederom ontbrak de agenda van het hart. En democratie betekent dan: luisteren. Ja, wij blijven strijden voor die leefbare stad. En met de auto’s moeten we iets. En met iets bedoel ik niet iets meer ruimte geven.
Maar we hebben geleerd dat je je beeld van een leefbare stad niet over mensen heen uitrolt, maar met mensen bouwt. Dat is democratische nederigheid. Balanceren tussen gastvrijheid als bijbelse kernwaarde en de zorg van de overheid dat mensen zich veilig voelen. Dat vraagt luisteren, in verbinding zijn, en ja, soms ook een beetje politieke moed. Maar … en dat is de nuance van het midden… gastvrijheid betekent niet dat we de zorgen van de buurt negeren, ook al hebben we een verplichting. Dat is de weg van de ChristenUnie. Niet de weg van de minste weerstand, maar de weg van de meeste verbinding.
Staan we dan nergens als het gaat om de standpunten die Amersfoort op dit moment in de greep houden: woningnood, windmolens, parkeren, noem het maar op. Jazeker wel. Ik ben trots op ons programma. Maar ik zie niet zozeer een lijstje met standpunten, zoals bij sommige andere partijen. Ik zie zeven manieren om het hart van de stad te koesteren.
Eentje wil ik er vanavond met je uitlichten: de zondagsrust als baken. Ik denk dat wij de enige partij zijn die pleit voor minder koopzondagen. En dat doen we niet omdat we daar mensen beperkingen willen opleggen vanuit ons geloof. Een nieuw wetticisme of zo. Nee, de agenda van het hart heeft het over meer innerlijke rust en minder individualisme. Daarvoor moeten we af van de 24/7 economie.
Ik zou graag het gesprek willen voeren over hoe we – ongeacht of je vanuit je geloof een dat rust neemt – af kunnen van dat alsmaar ‘aan moeten staan’. Het is niet goed voor onze relaties. Ik zie sommige kleinere ondernemers dat al doen. Hun winkel op zondag of maandag dicht. Het is goed voor sociale contacten als we van die zondag weer een sociale dag maken. Even niet bezig met meer spullen, meer bezit, maar met meer rust, en meer verbinding.
Dus onze middenpositie betekent dus zeker niet dat we geen dromen meer hebben voor de stad, dat we geen eigen geluid hebben. Dat hebben we weldegelijk. En uniek ook. Dit kunnen we niet opleggen, maar als we straks gevraagd worden voor een coalitiegesprek (of als we die moeten starten omdat we de grootste partij worden – waarom ook niet – of beter gezegd: het kan wél), dan willen we hierover het gesprek.
De Amerikaanse predikant Tim Keller zei ooit:
“Tolerantie is niet het gebrek aan overtuiging. Tolerantie is hoe je overtuiging je leidt om mensen te behandelen die het niet met je eens zijn.”
Dat is onze opdracht. Wij zijn mensen met een diepe overtuiging. Wij geloven dat deze wereld ons door God gegeven is. Wij geloven dat Hij deze wereld in zijn hand heeft, dat Hij erover gaat. En precies omdat we dat geloven, kunnen we de ander met open armen ontvangen. Precies daarom hoeven we de politieke tegenstander niet te verachten. Precies daarom kunnen we opstaan voor de minderheid, ook als dat niet populair is.
De democratie staat onder druk. Niet omdat we te weinig stemhokjes hebben, maar omdat we dreigen te vergeten waar het om gaat. Het gaat niet om macht. Het gaat om dienstbaarheid. Het gaat niet om de macht van de meerderheid. Het gaat om de bescherming van de mens. De ChristenUnie is nodig in Amersfoort. Niet om simpelweg mee te regeren, maar om de ziel in de coalitie te brengen. De ChristenUnie is er om te verbinden wat uit elkaar dreigt te vallen. Laten we die hoop uitdragen. Laten we de stad intrekken. En laten we niet wachten tot na de verkiezingen, maar laten we nu al wat vaker opstaan voor elkaar.
Beeld: André Dorst